Wat heeft u gemist?

Weerbare democratie 13 oktober 2017

 

Af en toe lijkt ons democratisch bestel met zichzelf in tegenspraak te komen. Politici twijfelen soms openlijk aan staatkundige instituties of noemen die achterhaald – bijvoorbeeld de Eerste Kamer. Referenda, (die ons meer rechtstreekse volksinvloed lijken te beloven), leveren uitslagen op die op gespannen voet staan met de vertegenwoordigingsdemocratie. Als dat al zo is in landen met een sterke democratische traditie (Nederland, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten), hoeveel te meer geldt dat dan in landen die veel minder lang ervaring hebben met een vorm van democratie.

 

Rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema (1987) formuleert het zo: “Democratie is waarschijn­lijk het beste wat de politieke filosofie heeft voortgebracht. Toch is het geen rustig bezit: democratie bevat de ingrediënten voor haar eigen vernietiging. Wat brengt een democratie ertoe om haar eigen noodlot te omarmen? Mag een democratie zich verweren tegen antidemocraten - of is dát juist heel ondemocratisch? Hoe voorkom je dat democratie in prille staten betekent: ‘One man, one vote, one time’?’’ Hij ging over deze vragen op 13 oktober met de bezoekers van het KerkCafé in gesprek.

 

Dr. Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de Universiteit Leiden. Voor de handelseditie van zijn proefschrift Weerbare democratie kreeg hij de Prinsjesboekenprijs 2016, de prijs voor het beste politieke boek van het jaar.

Hij maakt deel uit van het Filosofisch Elftal van Trouw en levert regelmatig commentaar op de actualiteit voor Radio 1 (Nieuws & Co).

In 1933 stemde een gemankeerde Rijksdag in met het einde van de Duitse democratie. In 411 v. Chr. pleegde Athene 'democratische zelfmoord'. Een radicale, antidemocratische partij stevende in de Algerijnse verkiezingen van 1991 op een tweederde meerderheid af. De Turkse democratie wordt geregeld uitgedaagd door aIn 1933 stemde een gemankeerde Rijksdag in met het einde van de Duitse democratie. In 411 v. Chr. pleegde Athene 'democratische zelfmoord'. Een radicale, antidemocratische partij stevende in de Algerijnse verkiezingen van 1991 op een tweederde meerderheid af. De Turkse democratie wordt geregeld uitgedaagd door antidemocraten die op aanzienlijke steun kunnen rekenen.

Hoe is te voorkomen dat iets als het bovenstaande opnieuw gebeurt?

In zijn betoog stelde Bastiaan Rijpkema dat de democratie gefundeerd moet zijn in de wet, zodat een rechter uitspraak kan doen over het al dan niet democratische gehalte van een politieke partij of stroming. Alleen een rechter kan volgens hem een land behoeden af te glijden naar de dictatuur. Een rechter moet dan wel duidelijke objectieve criteria hebben waaraan het gedrag van een partij kan worden getoetst. Als die er zijn dan is een democratie weerbaar en kan niet worden afgebroken.  Drie criteria zijn volgens de heer Rijpkema van essentieel belang. Evaluatie, concurrentie en vrijheid van meningsuiting. Evaluatie ofwel terugkijken en commentaar kunnen leveren op vroegere besluiten. Concurrentie, er moeten meerdere partijen met verschillende ideeën zijn waarop gestemd kan worden. Vrijheid van meningsuiting, de media moeten vrij hun mening kunnen geven. Als deze drie criteria in een wet zijn vastgelegd, kan een rechter deze gebruiken om het handelen van een partij te beoordelen.

Na uitvoerige discussie over dit onderwerk gingen zowel de spreker als de aanwezigen voldaan naar huis.